Dit voorjaar had ik een bijzondere ervaring die ik graag met de lezers wil deel. Op 28 maart van dit jaar was  het honderd jaar geleden dat mijn vader geboren was. Ik had een relatief oude vader die begaafd was op veel gebieden en graag voor dominee of leraar had willen studeren. Hij kwam echter uit een geslacht waar al vele generaties het tuinders vak uitgeoefend werd, dus moest hij vanuit de traditie van die tijd, ook tuinder worden. Dit ondanks dat de hoofdonderwijs een smeekbede hield om dit kind toch door te laten leren. Het mocht echter niet baten, mijn vader kwam in het bedrijf om het vak te leren.

Mijn vader is zo lang als ik hem kende een introverte filosoof geweest die een leven leidde die eigenlijk niet bij hem paste. Hij was twee keer verloofd geweest, zijn grote liefde was gestorven aan TBC en de liefde die daarna kwam, verdween van de één op de andere dag met een schipper. Mijn moeder die van gescheiden ouders was, was in het dorp waarin ze woonden, een soort tweede keus partij omdat haar moeder met een Duitse aannemer verdween. Mijn vader vond haar in de vereniging van de kerk en trouwde binnen een jaar met haar. Mijn vader was na de oorlog één van de eerste mensen die bedenkingen had over de reguleerde tuinbouw en las boeken van Rachel Carson Silent Spring [Dode lente]. Nadien kwam hij door toeval ook nog in aanraking met de landbouwcursus van Rudolf Steiner en ging volgens dit principe biologisch dynamisch telen, iets wat een unicum was in die dagen. De Rekkense Inrichtingen waar hij van een van de huizen, hoofd van de tuinen was, was daar niet blij mee, ze vonden het allemaal wat zweverig en onrealistisch. Om het soms moeilijke leven van de wederopbouw en zijn groot visionair inzicht te ontvluchten las hij heel veel. Mijn ouders waren dan ook bevriend met de enige boekhandel uit de streek. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontdekte mijn vader een filosoof waar hij helemaal vol van was, deze man had een boek geschreven: De filosofie van het landschap (Ton Lemaire). Ik was als kind meteen geboeid door de titel en ben toen mijn ouderlijk huis ontruimd werd omdat mijn moeder naar het verpleeghuis moest, direct op zoek gegaan naar het boek maar vond het helaas niet. Mijn vader overleed op 11 juni 1995.

Dit voorjaar ter nagedachtenis van mijn vaders honderdste geboortedag, moest ik opeens weer aan het boek denken en ben in de bibliotheek op zoek gegaan naar de schrijver. Ik las het boek De filosofie van het landschap en stond direct weer in verbinding met mijn vaders visionaire geaardheid.  Omdat mijn vader honderd zou zijn geworden en zijn bewondering in de zeventiger jaren speelde, dacht ik dat de schrijver al lang overleden zou zijn. Toen ik ging googelen kwam ik tot mijn verbazing tot de ontdekking dat Ton Lemaire in 1941 geboren is en nog steeds actief is (woont in Frankrijk). Enige weken geleden gaf de Volkskrant zelfs een recensie van zijn nieuw uitgekomen boek: Onder dieren een echte aanrader! In deel drie van het collectief geheugen zal ik nog uitgebreid op dit boek ingaan. Maar wat me deze zomer vooral bezig hield is zijn boek: De val van Prometheus; over de keerzijde van de vooruitgang geschreven in 2010; hierin geeft de schrijver een gedegen analyse over hoe we met nieuwe technische ontwikkelingen integreren in ons bestaan. Hij stelt het archetype Prometheus uit de Griekse mythologie die het vuur roofde van de Goden en aan de mensen gaf, tegenover Orpheus. Orpheus trouwde met Euricide zij werd door een slang gebeten. Orpheus was ontroostbaar en daalde af naar de onderwereld van Hades om haar daar terug te halen. Daar ontroerde hij door zijn muziek de heersers van de onderwereld dusdanig dat het hem werd toegestaan Euricide weer naar de aarde terug te brengen, op voorwaarde dat hij niet naar haar zou omkijken tot ze de aarde bereikt hadden. Op het laatste moment kon hij zich niet meer bedwingen; hij keek om en verloor zijn Euricide voor altijd. Lemaire schetst met deze twee beelden de mens die zich oppermachtig waant en inzichten aan de godenwereld weet te ontfutselen, tegenover de mens die door zijn handelen op indringende manier wordt geconfronteerd met het ondoorgrondelijke geheimen van deze wereld. In deze tijd neigt de mens met zijn moderne wetenschappen vooral in de wereld van Prometheus te leven. Of, anders uitgedrukt: de maakbare wereld tegenover de wereld van het niet doorgrondelijke, de nog niet ontraadselde fenomenen. Astrologisch zou je deze twee archetypes kunnen verbinden met het dierenriemtekens stier en zijn polaire punt schorpioen. Het bijzondere er van is, – en dat komt ook in de beide verhalen tot uitdrukking –, dat zowel Prometheus als Orpheus beide dierenriemtekens in zich dragen. Onze tijd neigt er sterk naar om een afgetimmerde, zo genaamde, wetenschappelijke kijk te hebben waar dus geen plaats is voor de onbewuste/polaire kant er van. Zo vallen gestelde regels onder het teken steenbok terwijl daarbij gevoelens onderbelicht blijven. Wetenschap valt onder boogschutter terwijl tweelingen daar het polaire teken van is. Tweelingen zet zich uiteen met een gezond stuk twijfel. Of; nieuwe wetenschappelijke vindingen hoort bij waterman tegenover leeuw. Hier zie je dan dat het ego een onbewuste rol speelt bij het brengen van een nieuwe visie. De opdracht voor de mens is om steeds bij bepaalde zaken de polaire/onbewuste kant te leren zien. Dit heeft te maken met het middengebied van het hart en de intuïtie waar vertrouwen en waakzaamheid met elkaar in evenwicht zijn en waar de verdrongen kant ook een plaats mag hebben.

Wanneer je de taal van de dierenriemtekens leert lezen met zijn onbewuste/polaire verdrongen kanten, ben je in staat in het gebied van intuïtie en vertrouwen te komen.

De komende tijd zal ik nog meer aandacht besteden aan dit belangrijke onderwerp.

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *