Om het spirituele denken te activeren geef ik al jaren een bepaalde opdracht aan cliënten die geheel gedesillusioneerd/depressief zijn in het leven. Het is een oefening die ik jarenlang zelf heb gepraktiseerd en die veelal goed uitwerkt op mensen. Twee jaar lang heb ik voor mijzelf voor het slapen gaan deze oefening gedaan; het hield in dat ik minstens één ding op de dag moest bedenken dat voor mij de overtuiging gaf dat er een hogere wereld is met sturende krachten. Wanneer je nu een melancholisch type bent, lukt dit niet altijd, maar toch! Ik merkte dat je door de tijd heen veel waakzamer wordt voor de kleine dierbare dingen van het leven en deze op waarde leert te schatten. Als modern mens heb je sterk de neiging langs deze dingen heen te leven.
Ik wil een bijzondere ervaring die ik op dit gebied heb gehad deze week samen delen met de lezer. Wellicht stimuleert dit om ook zo’n soort oefening te doen. Ik kan hem écht warm aanbevelen omdat je er een tevredener mens van wordt.
Wat zijn de regels en welke planeet wordt bij deze oefening gebruikt?
De planeet Mercurius is vanuit de mythologie bekeken de boodschapper die verbinding legt tussen onder en bovenwereld. In de horoscoop geeft de stand van Mercurius inzicht in de mate van het vermogen tot symbool denken. Ondergetekende heeft een conjunctie tussen Mercurius, Saturnus en Neptunus in het eerste huis. Vandaar dat ik zelf goede ervaringen hiermee heb. Ik raad de lezer aan eens te kijken hoe het met zijn/haar Mercurius staat.
Hoe doe je de oefening?
Je observeert de dag nauwkeurig en probeert objectief vast te stellen wat je op dat moment bezighoudt. Vooral negatieve gevoelens die je hebt zijn heel inzichtelijk en zijn een signaal voor onderzoek. Stel eerst de vraag, als iets je negatief toevalt: “wat heeft dit voor een verborgen boodschap”. Welke onbegrepen boodschap zit achter deze problematiek; dit heeft veelal met oud karma te maken. Een antwoord komt vaak binnen drie dagen in een sterk gemetamorfoseerde vorm naar je toe.
Nu mijn voorbeeld van deze week:
Vorige week brak mijn moeder die in een verpleeghuis zit haar sleutelbeen. Ze is uitgegleden over urine die op de grond lag. Een verplegingsfout maar ja wat wil je met constante onderbezetting van verzorgend personeel en veel bureaucratische regeltjes. Zo hoorde ik b.v. dat voor een belmat voor mijn moeder’s bed eerst een vergadering belegd moest worden met de verzorgingshoofden en afdelingsarts: “als het kalf verdronken is dempt men de put…!” Een half jaar geleden had ik het verzoek gekregen van de verzorging om de berber die voor mijn moeders bed lag mee te nemen naar huis omdat dit onhandig zou zijn voor de verzorging.Ik voelde me erg schuldig dat ik aan dit verzoek voldaan had en liep vorige week de hele week er over te piekeren. Toen ik zondag op bezoek was, was er van alles niet in orde zo kon ik geen goede schoenen vinden want die waren weg, kousen waren er ook niet enz. enz.
Ik heb een tijd geleden voor mezelf besloten niet over dit soort zaken te lopen kankeren, want kankeren is dodend en werkt uiteindelijk als een soort boemerang naar mijn moeder toe. Omdat ik ruim 150 km van het verpleegtehuis af woon kan ik niet investeren in de zorg voor mijn moeder zoals ik zelf zou willen. Ik voel me hier van tijd tot tijd schuldig en machteloos over, maar weet ook nuchter gezien dat dit schuldgevoel meer voortkomt uit mijn gereformeerde opvoeding dan dat dit op realiteit berust maar tot gisteren kwam ik hier niet zo heel goed uit. Drie dagen liep ik hierover te piekeren, hoe ik het allemaal anders zou kunnen doen. Toen ik gisteren op de markt kwam om bloemen voor de praktijk voor mijn maatje/man te halen, dit doe ik al sinds we hier wonen en hier een praktijk hebben, (voor mezelf koop ik alleen maar bloemen als ze niet te duur zijn). De marktkoopman, een heel erg aardige man van wie je er vele zoals hij van zou wensen, zei: “Ik zie dat jij wel rozen kunt gebruiken”. Het is een beetje vreemd om te zeggen van jezelf dat je die inderdaad kunt gebruiken. Ik dacht dat ik een bosje rozen extra van hem kreeg maar dat was niet zo. Zeven grote bossen rood/gele rozen kreeg ik van hem, zonder verdere opgaaf van reden. Ik was helemaal perplex en ging naar huis met een arm vol bloemen. Toen ik naar de auto liep bedacht ik dat het nét deze dag de verjaardag van mijn vader zou zijn geweest 28 maart. Mijn vader was tuinder en één van de gezamenlijke hobby’s die ik vroeger met hem had was bloemen drogen in een herbarium!
Opeens zag ik het: via de marktkoopman met zijn zeven bossen rozen (is een heilig getal) kreeg ik een boodschap uit de geestelijke wereld van mijn vader, dat het goed was, dat ik me niet schuldig hoefde te voelen! Verdere uitleg is niet nodig. Dit was het wonder van de dag voor mij die me toeviel! Tegelijkertijd moest ik denken aan het gedicht “ De Boodschap” dat mijn vader vlak voor zijn dood schreef en dat we pas vonden ná zijn dood. Ik wil dit gedicht u niet onthouden:
DE BOODSCHAP.
De weg was lang en smal, als in Novemberdagen,
Gehuld in mist en nevel, storm en regenvlagen,
Was ik een adelaar, ik zou mijn weg verkennen,
Nu moet ik hulpeloos de overmacht erkennen.
Zo liefelijk en onbezorgd passeren vrinden,
Op 't plat getreden pad, als wissels van de hinden,
En in mijn zelfbeklag heb ik niet eens vernomen,
Dat zij, verleid, ook op een dwaalspoor zijn gekomen.
Onevenredig is het kruis wat ik moet dragen,
Gewicht en lengte die mij nu voortdurend plagen,
Dat onbegrepen kruis, dat rug en schouders wonden,
Ik mis de zin en heb geen redenen gevonden.
Zo ben ik egoïstisch met mij zelve bezig,
Begrip voor doel en hoger plannen is afwezig,
Gerust en overtuigd van mijn bescheiden vragen,
Om slechts één meter van mijn kruis te mogen zagen.
Heb ik nu werkelijk begrip, gehoor gevonden?
Wordt mij wel een signaal goedkeurend toegezonden?
Ik zocht mijn recht en loon in mijn aanhoudend klagen,
En nam het kruis om er een meter af te zagen.
Misschien zijn straks mijn vrinden dan weer in te halen,
Die eindeloze weg, met bergen, beken, dalen,
Een stemt zegt: "Als de hindernissen zijn genomen,
Dan is voldaan, om in 't beloofde land te komen".
Nog ben ik niet als overwinnaar aangekomen,
De laatste diepe hindernis moet nog genomen,
Een angstkreet: moet ik voor ‘t laatst obstakel wijken?
Hoe kan of mag ik ooit ‘t beloofde land bereiken?
Weer spreekt de stem: "Houdt moed! Het kruis wat U moet dragen,
Dat wordt gekend en is allang vóór U gedragen,
De lengte van dat kruis kan ik alleen bepalen,
Ik weet alleen hoe U de overkant kunt halen".
Een meter kruis voor brug ben ik te kort gekomen,
Voor de verstikkingsdood ontwaak ik uit mijn dromen,
Die droom met zelfbeklag, onzekerheid en vrezen,
Heeft mij wel overtuigd, het moet een boodschap wezen!
Uit: "vertrouwde stemmen”


