Al geruime tijd verwonder ik mij over het feit dat de tijd zo snel lijkt te gaan. Wanneer ik terugkijk op mijn leven van enkele jaren geleden, ontdek ik dat mijn visie op bepaalde gebeurtenissen inmiddels behoorlijk is veranderd. Het voelt soms alsof ik met andere ogen naar mijn vroegere gedachten kijk. Alsof niet alleen mijn inzichten zijn veranderd, maar ook mijn beleving van de tijd zelf. Deze waarneming bracht mij opnieuw bij de relativiteitstheorie van Albert Einstein.
De Amerikaanse architect, astroloog en onderzoeker A.T. Mann ontwikkelde aan het einde van de vorige eeuw een bijzonder schema waarin hij laat zien hoe de tijd zich volgens zijn visie in de loop van ongeveer 50.000 jaar steeds verder heeft versneld. Hij verbindt dit proces met het ontwaken en de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn.
Volgens zijn vsie begint deze ontwikkeling omstreeks 48.000 v.Chr. Vanaf dat moment doorloopt de mensheid een langdurige bewustzijnsontwikkeling, die hij verbindt met de twaalf tekens van de dierenriem. Deze cyclus eindigt in 1950, waarna zich volgens Mann in slechts vijftig jaar een vergelijkbaar proces voltrekt. Na het jaar 2000 zou deze versnelling zo sterk toenemen dat zij nauwelijks nog met onze gebruikelijke tijdsbeleving te bevatten is.
Mann laat zich hierbij inspireren door het veranderde wereldbeeld dat met Einsteins relativiteitstheorie ontstond. Hij beschrijft zijn visie onder andere in zijn boek The Divine Plot: Astrology and Reincarnation.
Volgens de relativiteitstheorie van Einstein bestaat er niet één universele klok die voor iedereen op dezelfde manier loopt. Tijd is relatief en wordt beïnvloed door snelheid en zwaartekracht. Dit verschijnsel wordt tijddilatatie genoemd, ook wel tijdsrekking.
Einstein sprak dus niet over een algemene versnelling van de tijd, maar liet zien dat tijd niet absoluut is. Mann trekt dit veranderde tijdsbegrip door naar de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn. Daarmee begeeft hij zich niet langer op het terrein van de natuurkunde, maar op dat van een filosofische en spirituele interpretatie van de tijd.
Toch vind ik deze gedachte bijzonder interessant wanneer ik kijk naar de wereld waarin wij tegenwoordig leven.
De versnelling is immers overal om ons heen waarneembaar. Tot ver na de renaissance verplaatsten mensen zich voornamelijk te voet, te paard of met een koets. Geleidelijk veranderde dit. De fiets deed zijn intrede, gevolgd door de automobiel, de bromfiets en tegenwoordig de elektrische fiets. De afstanden die vroeger dagen in beslag namen, kunnen wij nu in enkele uren overbruggen.
Ook ons dagelijks gedrag lijkt zich aan deze versnelling aan te passen. Kijk bijvoorbeeld naar het wandelen. Steeds vaker zie je mensen hardlopend langs de weg gaan, alsof zelfs het bewegen in de natuur niet meer zonder snelheid kan. Natuurlijk heeft dit ook met gezondheid en sportiviteit te maken, maar ik vraag mij af of hierin niet eveneens iets zichtbaar wordt van onze veranderende verhouding tot de tijd.
Of neem het schrijven. Eerst gebeurde dit met de hand, later met de typemachine en tegenwoordig met de computer, die onze gedachten razendsnel kan vastleggen. Inmiddels kan kunstmatige intelligentie zelfs binnen enkele seconden complete teksten produceren. Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen waarin niet de natuurkundige tijd zelf versnelt, maar wel het tempo waarin wij leven, denken en handelen.
De twee hersenhelften
Onlangs las ik een artikel over de Schotse psychiater en schrijver Iain McGilchrist, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de verschillende manieren waarop onze twee hersenhelften de werkelijkheid benaderen. Volgens McGilchrist richt de linkerhersenhelft zich vooral op analyseren, ordenen, onderscheiden en het oplossen van praktische problemen. De rechterhersenhelft daarentegen heeft meer oog voor het geheel, voor samenhang, betekenis en de levende werkelijkheid achter de afzonderlijke verschijnselen. Het gaat hierbij niet om een absolute scheiding, want beide hersenhelften werken voortdurend samen. Wel legt McGilchrist de nadruk op hun verschillende manieren van aandacht geven aan de wereld. Zijn belangrijkste kritiek op onze moderne samenleving is dat het analytische denken steeds meer de overhand krijgt. Wij zoeken voortdurend naar snelle oplossingen, meetbare resultaten en controle, terwijl het vermogen om beschouwend waar te nemen en de diepere samenhang te ontdekken steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. McGilchrist verduidelijkt dit met een bijzondere parabel.
Een wijze meester, die de rechterhersenhelft vertegenwoordigt, regeert over een groot rijk. Omdat hij niet overal tegelijk aanwezig kan zijn, stuurt hij een slimme en efficiënte dienaar op pad om praktische taken uit te voeren. Deze dienaar, de linkerhersenhelft, doet zijn werk uitstekend. Maar na verloop van tijd wordt hij steeds zelfverzekerder. Hij begint te denken dat hijzelf de meester is. Langzaam verliest hij het zicht op het grotere geheel en probeert hij alles vanuit zijn eigen beperkte blikveld te controleren. Omdat hij de wijsheid en het overzicht van de werkelijke meester mist, brengt hij uiteindelijk het hele rijk in gevaar. Deze parabel vind ik bijzonder treffend voor de tijd waarin wij leven.
Door de haast waarmee wij ons dagelijks leven inrichten, verliezen wij gemakkelijk uit het oog hoe weinig ruimte er nog overblijft voor contemplatie en beschouwing. Wij zijn voortdurend bezig met het oplossen van problemen, het verwerken van informatie en het bereiken van nieuwe doelen. Maar hoe vaak staan wij werkelijk stil bij de vraag waarom wij dit allemaal doen? In mijn boek Dimensies achter het bewustzijn [2011] ga ik hier eveneens op in. Daar geef ik onder andere het advies om tijdens het hardlopen, wandelen of sporten niet uitsluitend gericht te zijn op de lichamelijke prestatie, maar ook aandacht te schenken aan wat zich vanbinnen afspeelt.
Wat houdt ons eigenlijk bezig? Welke gevoelens of onbewuste spanningen proberen wij misschien door onze voortdurende activiteit te verwerken? En wat gebeurt er wanneer wij niet onmiddellijk naar een oplossing zoeken, maar eerst rustig waarnemen wat er in ons leeft?
Juist door die beschouwende houding ontstaat er meer evenwicht tussen de verschillende manieren waarop onze hersenen functioneren.
Misschien ligt daarin ook een antwoord op mijn oorspronkelijke verwondering over de versnelling van de tijd. Want naarmate de wereld om ons heen sneller verandert, wordt het steeds belangrijker dat wij ons vermogen tot innerlijke waarneming blijven ontwikkelen.
De werkelijke uitdaging van onze tijd is misschien niet om steeds sneller te leren denken, maar om bewuster te worden van wat wij denken, voelen


