Dinsdag 11 april stond in het wetenschappelijk katern van de NRC het artikel: “Geef de schuld aan je vorige leven” R. van der Maesen promoveerde aan de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) op zijn: Onderzoek naar het effect van en de cliëntsatisfactie over reïncarnatietherapie. In het onderzoek van van der Maesen is de vraag of reïncarnatie bestaat “niet aan de orde”schrijft hij, en hij heeft ook niet onderzocht hoe reïncarnatietherapie werkt, alleen of het werkt. Hij vergeleek in twee studies een relatief klein aantal mensen, die reïncarnatietherapie hadden gekregen met mensen die ervoor op de wachtlijst stonden. Het ene onderzoek werd uitgevoerd in Suriname, bij mensen die voornamelijk kampten met relatieproblemen, chronische lichamelijke klachten en angstklachten. Het andere onderzoek in Nederland betrof mensen die auditieve hallucinaties hadden. In beide studies verminderden de klachten van mensen die de behandeling hadden gekregen significant vergeleken met de wachtlijstgroep. Bij de auditief hallucinerenden zeiden 14 van de 25 deelnemers baat te hebben gehad bij de therapie; bij 6 van hen waren de stemmen geheel of grotendeels verdwenen. Omdat niet onderzocht is hoe de therapie werkt, kan dit overigens best een placebo-effect zijn. Aldus het artikel in de NRC.
Prof van Hoogduin hoogleraar psychopathologie aan de Radboud Universiteit geeft vervolgens in hetzelfde artikel daarop een vernietigend oordeel. In de geest van: “Je verkoopt mensen toch kletspraatjes en het is onduidelijk wat de schadelijke effecten zijn als je iemand het idee geeft dat ze beter zijn geworden omdat ze als prostituee verbrand is in 1500. Als iemand beter wordt door cognitieve gedragtherapie, een van de weinige methoden die wel zijn onderzocht, kan diegene dat toeschrijven aan vaardigheden; dat bevordert functioneren. En zo’n behandeling ontzeg je die mensen”.
In mijn werk kom ik vaak in aanraking met cliënten die reïncarnatietherapie met behulp van regressietherapie hebben gedaan. Veelal word mij dan gevraagd of ik dit beeld kan bevestigen met de door mij gebruikte methode. Toegegeven ik ben niet zo héél erg enthousiast over regressietherapie. Ik zal proberen uit te leggen waarom: Wanneer je zoals in het hierboven beschreven geval uitgaat van één enkele incarnatie (prostitutie), dan heb je beslist niet de gehele essentie te pakken die tot deze problematiek geleid heeft. Je haalt als het ware één enkel slachtofferprincipe naar boven en hebt daardoor de kans dat je verstrikt raakt in een soort slachtoffersyndroom.
Mijn methode is om wanneer ik een intakegesprek van een uur houd, de essentie van iemands biografie te pakken te krijgen. Ik ga daarna kijken of ik de problematiek terug kan vinden in de zogenaamde maansknoophoroscoop (API-schule Huber) of schaduwhoroscoop. Deze horoscoop geeft inzicht in de verdrongen complexen van de persoonlijkheid. Verdrongen materiaal/complexen zijn veelal afkomstig uit een vorig levens; maar dit dekt helaas niet de hele lading. Verdrongen wordt, bijvoorbeeld ook dat wat traumatisch is geweest in de jeugd en dat wat vanuit de opvoeding verkeerd is geconditioneerd. Ook de mythische fase van het kind waarin het kind zich identificeert met de familieziel kan verdringingen veroorzaken. Kortom het is nog niet zo heel erg gemakkelijk om te zien waar iets vandaan komt.
Wanneer je nu een complete analyse maakt van de horoscoop zijn deze zaken toch wel goed te onderscheiden. Immers door de reïncarnatietabellen van de bioloog/astroloog/antroposoof A.T. Mann en de toepassing van astrocartografie en de maansknoophoroscoop kun je al deze niveau’s zien. Juist doordat de API-methode werkt met drie horoscopen: verleden, aanleg en biografie of omstandigheden waarin de persoonlijkheid zich bevindt. Het gevolg is dat je een overzicht krijgt van meerdere levens. Door de cliënt nu zijn biografische probleem goed te laten formuleren kun je een evolutionaire lijn door dit alles heen zien. Dit is veelal niet het geval bij regressietherapie. Immers daarbij wordt meestal uitgegaan van een paar levens, die onderling vrijwel geen verband met elkaar hebben. De rode draad door het levensverhaal valt dan moeilijk te ontdekken.Bijvoorbeeld in de situatie die door Cees Hoogduin’s beschrijft moet je je afvragen waarom is iemand prostituee en waarom moest ze gedood worden, was hier een karmische of evolutionaire noodzaak voor? Wanneer je niet aan dit soort diepere vragen werkt, scoor je veelal maar voor korte tijd en dan komt het probleem in een andere vorm weer tot je terug.
Toch ergert mij de visie van Cees Hoogduin en wel om de volgende reden: zeker één keer in het halve jaar tref ik onder mijn cliënten iemand die uitbehandeld is bij psycholoog of psychiater en wel om de volgende reden: de cliënt vertelt mij dat zij (het gaat in de meeste gevallen om vrouwen) te horen heeft gekregen van de psycholoog of psychiater dat er incest is gepleegd. De betreffende kan zich dit niet bewust herinneren maar vertelt mij dat ze alle psychische verschijnselen daarvan heeft en dat ze op de gevolgen van incest is gediagnosticeerd. Cliënten blijven in zo’n geval maar zoeken naar een aanknopingspunten, worden zich niet écht bewust. Onrust ontstaat en sommigen gaan zelfs voor de bijl en nemen de diagnose dan voor zichzelf maar over met alle gevolgen van dien. Denk terug aan de “bolderkar affaire” in de tachtiger jaren en recentelijk het incest schandaal in Frankrijk.
Wanneer je in zo’n geval dieper gaat zoeken naar dit verschijnsel dan stuit je soms op een halve waarheid. Je ziet dat de ziel van de betreffende in een vorig leven een liefdesrelatie heeft gehad met de ouder die in dit leven van incest wordt beticht. Het hoeft geen betoog hoeveel schade dit alles kan aanrichten in een kind/ouder relatie. Als ik de reactie van Cees Hoogduin goed op me in laat werken, vind ik het nogal aanmatigend om dit zo te zeggen terwijl de psychiatrie zelf vast zit in methodisch denken en zich krampachtig vasthoudt aan bewijsbaarheden. Duidelijk moet toch ook voor Hoogduin zijn dat de psyche niet zomaar te ontcijferen is; een wat minder aanmatigende houding zou hem werkelijk sieren. Ik pleit zelf voor het veranderen van de titel van dit wetenschappelijke artikeltje namelijk in: “Geef de oorzaak aan je vorige leven”. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat deze nieuwe titel niet door mijzelf bedacht is maar door mijn jongste zoon die binnen kwam lopen en het artikel zag liggen op mijn bureau. Ik was getroffen door de helderheid van inzicht. Hopen maar dat de volgende generatie het beter gaat doen.


