In de Volkskrant van dinsdag 21 februari [2017] stond een artikel over: Steeds meer kinderen krijgen peuteronderwijs, ook als er geen risico op achterstand is. Bijna tachtig procent van de kinderen met een risico op een achterstand krijgt peuteronderwijs. Ook peuters zonder achterstand gaan steeds vaker naar de voorschool. Daarmee is de voorschoolse educatie, bedoeld voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar, flink gegroeid. Wetenschappers hebben nu onderzocht wat het voordeel hiervan is. Dit voordeel blijkt een dualistische uitkomst te hebben.
Een rapport dat een jaar geleden uitgebracht werd door de Radboud Universiteit bewijst echter dat het rendement nihil is. Kinderen die achterstandsonderwijs hadden gevolgd deden het een paar jaar later minder goed dan vergelijkbare kinderen die niet naar de school waren geweest. Het voorstanderskamp kwam met heel andere cijfers. Dit onderzoek werd geleid door de Utrechtse hoogleraar pedagogiek Paul Leseman. Hij toonde aan dat achterstandskinderen een ruimere woordschat en de cognitieve functies toenamen wat dus niet het geval is bij kinderen zonder achterstand. Kort samengevat: de kinderen die echt een achterstand hebben daar werkt het voor; echter kinderen zonder achterstand daar werkt het averechts, als je dus de beide onderzoeken mag geloven van de voor en tegenstanders. Wat leert ons dat?
In de biografiecursussen die ik geef, werk ik altijd met de horoscoop van iemand en het leeftijdspunt door de horoscoop. Een mens loopt namelijk in 72 jaar met zijn leeftijdspunt door zijn hele horoscoop. Bij de geboorte begint hij bij de ascendant en loopt dan de eerste zes jaar door het eerste huis; van zes tot twaalf door het tweede huis; van twaalf tot achttien door het derde huis enz. totdat hij weer op zijn tweeënzeventigste bij de ascendant is aangekomen. Dan begint het weer opnieuw maar dan met de ervaring van iemand die levenservaring heeft opgedaan. Elk huis heeft een vaste betekenis. Zo staat het eerste huis in het teken van het: “Ik ben”; het tweede huis: “ik bezit” en het derde huis: “ik leer”. Afhankelijk van welke dierenriemtekens en planeten er staan in de horoscoop kleurt dit de biografie van de mens. De twaalf sferen van de huizen zijn bij elke leeftijdsfase voor iedereen gelijk maar de inkleuring (tekens op de huizen) is heel persoonlijk.
Omdat elk kind de eerste zes jaar gericht is op het ontdekken van zijn ik, is er in wezen nog niet zoveel energie om echt dingen te leren. In principe is het zo dat het leervermogen pas vrijkomt omstreeks het twaalfde jaar. De periode van zes tot twaalf is na het ontdekken van wie het kind zelf is, de tijd om zijn waarden en talenten te ontdekken; het kind is dan erg gevoelig voor zekerheden die bij het tweede huis horen. Dit is in principe een vrij stille introverte tijd voor het kind waar het schoolgaand kind allerlei kennis in zich opzuigt maar dit nog niet gericht kan doordenken zoals wij dat als volwassenen doen. Het verbindend denken en conclusies trekken begint pas met het twaalfde jaar. De kennis is zo bepalend dat het vaak het hele verdere leven beïnvloed. Wie namelijk geen goede basis heeft: HAVO, VWO of Gymnasium kan het wel vergeten om verder te studeren in de toekomst. Het is daarom erg belangrijk om oog te krijgen voor de eerste drie zes jaar fasen in het leven van een kind. Eén en ander valt niet te vervroegen ook al lijkt dat soms zo.
Dat tegen dit principe heden ten dage vaak gezondigd wordt, hoeft geen betoog. De overtuiging is bij de overheid maar ook bij ouders, hoe eerder het leerproces wordt aangesproken, hoe meer winst een kind daarvan zou hebben.
De Vrije Scholen hebben nog lang geprobeerd dit hier boven beschreven principe vast te houden, maar ook daar heeft de overheid zich diepgaand mee bemoeid waardoor er nu nog maar weinig van dit principe over is. Toch is het zo dat dit patroon evolutionair gezien zo werkt. Hoe een kind er mee omgaat, heeft alles te maken met welke dierenriemtekens er in de eerste achttien jaar worden doorlopen en welke planeten er worden geaspecteerd. Ook maakt het leeftijdspunt allerlei aspecten variërend van conjunctie, halfsextiel, sextiel, driehoek, vierkant, inconjunct en oppositie. Elk heeft zijn eigen uitwerking.
Terug naar de stelling. Ik denk dat inderdaad achterstandskinderen (dit zijn vaak buitenlandse kinderen) wat kunnen hebben aan een basale woordkennis en een kennismaking met de cultuur waar ze hun ‘ik ben’ principe moeten leren te ontdekken. Ik denk echter niet dat het werkt voor kinderen die dit niet hebben. Immers zij krijgen thuis al genoeg zintuigprikkels die voldoen aan hun leeftijdsfase. Beide onderzoekers hebben in principe dus gelijk. Maar het zou fijn zijn als men weer meer van het kind zelf zou uitgaan en niet van de haast om zo snel mogelijk te scoren in de maatschappij.
Wie interesse heeft in de Levensloopanalyse van de mens en daar meer over wil leren kan zich opgeven voor de driedelige workshopcursus die start op 18 maart. U kunt zich hier aanmelden



2 reacties. Plaats een nieuwe
In Zweden zijn de scholen juist weer overgegaan naar het systeem van een kleuter een kleuter laten zijn en ze vooral veel te laten spelen en dan vooral buiten. Ze denken dat het beter is voor de ontwikkeling van het kind.
O, wat goed. Dat wist ik niet!