De laatste tijd is er veel onrust rond immigratie. In Ter Apel staat de situatie al geruime tijd onder hoge druk. In 2023 diende staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Eric van der Burg (VVD), tijdens het demissionaire kabinet-Rutte IV het wetsvoorstel voor de Spreidingswet in. Het doel was om asielzoekers evenwichtiger over het land te verdelen.
Hoewel er uiteindelijk een meerderheid voor dit plan bestond, stuitte het binnen de eigen partij op aanzienlijke weerstand. De discussies die daarop volgden, leidden uiteindelijk tot invoering van de wet. Toch zijn de spanningen rond dit onderwerp vandaag de dag nog altijd groot. Hoe komt dat?
Natuurlijk speelt mee dat Nederland een klein en dichtbevolkt land is. Maar er lijkt meer aan de hand te zijn. De onrust die dit onderwerp blijft oproepen, heeft ook te maken met wat we het collectief geheugen zouden kunnen noemen — een begrip dat voor veel Nederlanders nog tamelijk abstract is. Het verwijst naar de geschiedenis die wij als samenleving gedurende vele eeuwen hebben opgebouwd en met ons meedragen.
Vorige week kopte de Volkskrant: ‘Nederlandse slavernij was nog veel grootschaliger dan gedacht: het officiële verhaal klopt gewoon niet.’ Uit nieuw historisch onderzoek blijkt dat niet honderdduizenden, maar miljoenen mensen door Nederlanders in slavernij werden gehouden.
Wanneer we deze twee maatschappelijke ontwikkelingen naast elkaar leggen, rijst de vraag of het niet verstandig zou zijn immigranten iets minder afwijzend tegemoet te treden en iets meer mededogen te tonen, hoe reëel de ervaren overlast soms ook kan zijn.
Vraag om herstel
Een van de kenmerken van het collectief geheugen is dat onevenwichtigheden uit het verleden uiteindelijk om herstel vragen. Pas wanneer een verstoring wordt erkend, kan een nieuw evenwicht ontstaan. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat mensen zich bewust worden van de geschiedenis waarvan zij deel uitmaken en proberen zich daarmee te verbinden.
Dat is geen eenvoudige opgave. In het nieuwe Watermantijdperk lijkt het individuele ego (de onbewuste kant van waterman) zich juist steeds nadrukkelijker te manifesteren en vaak op een harde of agressieve manier van zich te laten horen.
De uitdaging van deze tijd lijkt te zijn om het persoonlijk onbewuste en het collectief onbewuste met elkaar te verbinden. Maar wanneer mensen slechts een fractie van hun eigen onbewuste kennen, en geschiedenis en karma steeds minder aandacht krijgen in onze cultuur — denk bijvoorbeeld aan de afnemende belangstelling voor geschiedenis in het onderwijs — dan mag het niet verbazen dat dit een van de kinderziekten van deze nieuwe tijd is.
Dit verschijnsel zien we op meerdere plaatsen terug. Zo is er bijvoorbeeld de situatie in Israël, waar een volk dat in het verleden zelf intens heeft geleden, nu betrokken is geraakt in een conflict waarin anderen lijden. Regelmatig zien we hoe collectieve trauma’s zich blijven herhalen wanneer zij onvoldoende worden verwerkt. Mensen kunnen dan, zonder het te beseffen, terechtkomen in patronen die lijken op datgene wat zij zelf ooit hebben afgewezen of veroordeeld.
Bij immigratie ligt de dynamiek enigszins anders. Hier lijkt het eerder alsof Nederland moeite heeft om geconfronteerd te worden met bepaalde aspecten van zijn eigen verleden. Het collectieve geheugen herinnert ons eraan dat geschiedenis niet verdwijnt zodra wij haar vergeten.
In vogelvlucht is dit een voorbeeld van hoe het persoonlijk onbewuste en het collectief onbewuste elkaar in deze tijd soms in de weg kunnen zitten. Uiteindelijk is er slechts één duurzame oplossing: meer inzicht verkrijgen in de krachten uit het verleden die ons hebben gevormd. Dat proces kan confronterend zijn, omdat de geschiedenis vaak complexer en tegenstrijdiger blijkt dan wij zouden wensen.
Het collectieve geheugen zoekt voortdurend naar evenwicht. Gebeurtenissen uit het verleden verdwijnen niet, maar keren in gewijzigde vorm terug in het heden. Daardoor worden nieuwe generaties uitgenodigd om met meer bewustzijn om te gaan met vraagstukken die hun oorsprong vinden in een veel oudere geschiedenis.
Niet voor niets stond al in de Griekse oudheid boven de ingang van de tempel van Delphi de beroemde spreuk: ‘Ken uzelf.’ De grootste moeilijkheid ligt daarbij niet zozeer in onwil, maar in het leren onderscheiden van het persoonlijk onbewuste, dat symbolisch met Saturnus kan worden verbonden, en het collectief onbewuste, dat in de astrologische symboliek eerder met Uranus samenhangt. Het is dan ook opmerkelijk dat beide planeten traditioneel worden geassocieerd met het teken Waterman.



3 reacties. Plaats een nieuwe
helder en heel zinvol!!
Goed beschreven!
Het kan ook vertaald worden naar: ‘ we hadden niet genoeg. We hebben zoveel armoede gekend’. Naar ‘ we kunnen nog niet delen met nieuwkomers’.